|
De keuze van een druivenras is belangrijk voor de wijn die er later van gemaakt kan worden maar hangt ook af van een flink aantal andere factoren.
Wilt u na lezen van deze informatie meer weten, schrijf dan een berichtje aan een bestuurlid en wordt lid van het wijngaardeniersgilde. Wij krijgen bijna dagelijks mensen aan de telefoon, e-mail, brieven en mensen over de vloer met de vraag “ik wil druiven aanplanten of een wijngaard beginnen, wat moet ik planten?” En dat is nu juist een vraag waar ik absoluut niets mee aan kan. Mijn eerste vraag terug is dan wat voor wijn wilt u gaan maken? Meestal is het antwoord dan simpel wit of rood. Ook weer zo iets waar je niets mee kan beginnen. Wit, ja maar wat voor witte wijn, zoet of droog, welke smaakrichting: Riesling, Muskaat, Pinot Blanc. Of rode wijn, welke smaakrichting, Bordeaux, Bourgogne, Beaujolais (eventueel primeur) Chianti, Rioja? Roept u maar! Zoveel smaken zoveel wijnen en bij vrijwel iedere smaak valt wel een passend druivenras te vinden en de juiste vinificatie methode.
Iets waar met de keuze van het wijntype rekening mee gehouden kan worden is wie gaat de wijn drinken? Is het puur alleen voor je zelf (en familie, vrienden en kennissen), dan is de keuze makkelijk. Of wordt de productie zo groot dat de wijn verkocht moet gaan worden. En aan wie denk je de wijn te gaan verkopen? Wordt alles op de wijngaard verkocht aan bijvoorbeeld bezoekersgroepen, te denken valt dan aan families, plattelandsvrouwen, tuinclubs, personeelsverenigingen en noem maar op. De wijn hoeft dan niet altijd bijzonder veel tannine te bevatten of mooi strak droog te zijn. Op een gezellige dag uit als het warm is drinkt men soms net zo lief een makkelijke fris fruitige en soms iets zoetige wijn of in plaats van een rode een frisse droge rosé.
Gaat de wijn echter richting dure slijter of betere horeca dan wordt een andere kwaliteit verlangt. Vooral de horeca heeft een wijn nodig die bij eten past. Dan is tannine meestal gewenst en moet een witte wijn vaak lekker droog zijn en soms iets van een klein bittertje in de afdronk hebben. En een zoete witte wijn moet dan ook echt een goede zoete wijn zijn en niet zo iets dat lijkt op een matige Liebfraumilch. De keuze van het druivenras in combinatie met de vinificatie methode kan het juiste type wijn geven.
Volgende vraag is dan, waar gaat u ze planten? Hoe is de beschutting tegen koude wind. Komt er vaak in het voorjaar nachtvorst in de omgeving voor? Hoe denkt u de stokken te gaan leiden, guyot, dubbel of enkel, cordon, of gordijngeleiding. Vooral als er veel nachtvorst voorkomt kan het laatste geleidingssysteem voordelen bieden omdat de jonge scheuten zich in het voorjaar hoger boven de grond bevinden. Maar als je kiest voor gordijn kies je ook voor bepaalde rassen die van nature wat meer geschikt zijn voor dit systeem. Rassen met sterk omhoog groeiende scheuten doen het minder goed dan rassen met een hangende groeiwijze en krachtige groei, bijvoorbeeld Marechal Foch, Leon Millot, Rondo of Solaris. Kies je voor dubbel gordijn dan moet er rekening mee gehouden worden dat tussen de beide gordijnen moeilijk gespoten kan worden. Zeer schimmel gevoelige rassen zijn daardoor minder of niet geschikt en je komt dan haast automatisch in de schimmel tolerante rassen terecht.
Dus de volgende vraag is dan logisch, heeft u bezwaren tegen bespuitingen? Of gaat u liever zoveel mogelijk biologisch telen? Is het antwoord: biologisch, dan is de keuze van schimmeltolerante rassen voor de hand liggend.
Een andere minder voor de hand liggende vraag is: hoe groot wordt de wijngaard en hoeveel tijd heeft u om de wijngaard te onderhouden? Een wijngaard bijhouden kost nu eenmaal tijd, een grote wijngaard zelfs veel tijd. De keuze voor een bepaalde geleidingsmethode en de manier van geleiden kan veel tijd besparen. Van het gordijnsysteem is door onderzoek bekend dat dit tot 50 % aan werk kan sparen. Wordt gekozen voor dubbel gordijn dan zijn minder planten nodig omdat de rijen veel wijder uit elkaar geplant moeten worden. Dat scheelt aan investering maar het kost een jaar langer voor de wijngaard in productie is. Kies je voor guyot dan is de keuze voor strak omhoog groeiende rassen (Rayon d’Or, Johanitter, Regent) of het aanbrengen van draad afstandhouders de manier om werk te sparen.
Ook de mate van mechanisatie moet dan bekeken worden, ook hier valt tijd te besparen. Uiteraard komen er dan weer investeringen om de hoek kijken. Dus de vraag over de investeringsmogelijkheden en de hoeveelheid machines die aangeschaft moet gaan worden komt direct hierna. Wellicht is er al een tractor dan kan de keuze van het systeem hier weer op aangepast worden, bij gebruik van een relatief brede tractor moeten de rijen wijder uiteen gezet worden. Dan kan dubbel gordijn misschien een oplossing zijn.
Een andere vraag is dan ook nog, wat is de grondsoort en daaraan gekoppeld, hoe hoog is de pH (zuurgraad), hoe veel mineralen en welke mineralen zitten er in de grond, hoe hoog is het organisch stof gehalte. En vooral ook hoe diep zit het bodemwater. Hoeveel vocht is er ter beschikking van de stokken. Belangrijke vragen want hieraan is weer de keuze van de onderstam gekoppeld. Op een bodem met relatief veel vocht en mineralen en een lage pH kan gekozen worden voor 3309 C, is de grond wat droger en minder zuur voor SO4. Zit het water erg diep (en dat is niet op 1,5 of 2 meter) en is er weinig vocht houdend vermogen kies je voor Boerner, is de bodem daarnaast ook nog eens relatief arm aan mineralen dan gaat de keuze eerder naar 5 C of 125 AA. Kies je een zwak groeiend ras dat op gordijn geteeld moet worden op een armere maar niet al te natte bodem kies dan voor 5 BB. Deze laatste onderstam is echter weer niet geschikt voor rassen die gevoelig zijn voor misbloei.
Zijn al deze vragen beantwoord dan is een zeer goede keuze te maken in de beschikbare rassen en ben je in staat je wijngaard zo in te richten en een wijn te maken die precies bij je past! Ga vooral praten met collega’s die al langer ervaring hebben en weten waar ze mee bezig zijn. En denk er aan: druivenstokken hebben tijd nodig om opgekweekt te worden. Vrijwel iedere Nederlander denkt dat alles altijd en overal verkrijgbaar en in voorraad is. Druivenstokken worden voor een zeer groot deel op bestelling geteeld, een jaar voor dat ze geplant moeten worden. Druivenstokken kunnen hoogstens 2 jaar doorgeteeld worden daarna loopt de kwaliteit terug. Een kweker zal dus nooit zeer veel meer gaan kweken dan besteld is. Er is uiteraard altijd wel wat meer maar die hoeveelheid is beperkt. Kom je in maart en wil je in april gaan planten dan loop je de kans dat de voorraad op is!
Maar belangrijker, je plant een druivenstok in principe voor de komende 25 tot 30 jaar. Denk er dus goed over na wat je wilt en hoe je de stokken gaat telen! Je ziet: de vraag “ik wil druiven aanplanten of een wijngaard beginnen, wat moet ik planten?” kan met een hele serie vragen beantwoord worden. |